Bijnier operatie

Wat is een bijnier?

De bijnieren zijn kleine organen (ongeveer 1 cm doorsnede) en liggen als kapjes op de nieren. De bijnieren bestaan uit twee lagen: bijniermerg en de bijnierschors. De bijnieren liggen vlakbij grote bloedvaten. Het bijniermerg produceert adrenaline en noradrenaline, deze zorgen voor bloedvatverwijding en bloedvatvernauwing. De bijnierschors produceert corticosteroïden, waaronder het stresshormoon cortisol. Daarnaast een hormoon dat invloed heeft op de natrium/kalium verhouding (aldosteron) en geringe hoeveelheid geslachtshormonen. Soms is een bijnier operatie aangewezen.

Waarom een operatie?

Een operatie aan de bijnier(en) kan om verschillende redenen worden uitgevoerd.Er kan bijvoorbeeld sprake zijn van een gezwel van de bijnier. In de meeste gevallen is zo’n tumor goedaardig, maar deze kan ook kwaadaardig zijn. Een tumor kan hormoonproducerend zijn, maar dit hoeft niet. Voorbeelden zijn de productie van teveel adrenaline en/of noradrenaline (feochromocytoom), teveel aan cortisol
(syndroom van Cushing) of teveel aldosteron (syndroom van Conn). Met één bijnier kan je overigens prima door het leven. Deze neemt de taak van de weggenomen bijnier gewoon over. Bij verwijdering van beide bijnieren zal je de hormonen, die je dan niet meer zelf aan kan
maken, moeten aanvullen met tabletten.

De operatie

De soort operatie hangt onder andere af van de grootte van het bijniergezwel. Van de arts heb ju te horen gekregen welke procedure voor jou geldt. Bij de operatie wordt niet alleen het gezwel, maar de hele bijnier verwijderd.

Open bijnierverwijdering
De bijnier is een orgaan dat achter in de buikholte ligt en is bij een gewone operatie alleen te verwijderen met een grote snee. Deze loopt vanuit de flank richting de voorkant van de buik. De bijnier met het gezwel wordt voorzichtig losgemaakt van zijn omgeving. Daarna wordt
de buik weer gesloten.
Laparoscopische bijnierverwijdering (kijkoperatie)
Bij deze operatie maakt de chirurg 4 à 5 kleine sneetjes in de buik. Via deze sneetjes worden de camera en hulpinstrumenten waarmee je geopereerd wordt naar binnen gebracht. Via een van de openingen wordt de buik gevuld met onschuldig koolzuurgas. Zo ontstaat ruimte om de verschillende organen te zien. De organen worden op de monitor vergroot waardoor de operatie nauwkeurig kan worden uitgevoerd. Aan het eind van de operatie wordt het koolzuurgas verwijderd. In een enkel geval moet de laparoscopische ingreep omgezet worden in een gewone buikoperatie via een grotere snee, omdat het te moeilijk is om met de laparoscopische methode te opereren. je dient hier altijd rekening mee te houden.

Na de operatie

Het is mogelijk dat er aan het eind van de operatie een drain (plastic slangetje) in de wond is achtergelaten om vocht, wat nog in het operatiegebied kan verschijnen, af te voeren. Wanneer er geen vocht meer uit de drain komt, wordt deze verwijderd. Wanneer je goed wakker bent en u zich niet misselijk voelt, mag je weer eten en drinken. Je kan keelpijn hebben als gevolg van een buisje dat onder narcose werd ingebracht om je te beademen. Je krijgt vocht via een infuus. Het infuus wordt in overleg met de verpleegkundige en arts verwijderd als je zelf weer genoeg kan drinken.Het kan zijn dat er tijdens of na de operatie wat koolzuurgas, gebruikt bij de laparoscopie, omhoog beweegt in het lichaam. Dit kan geen kwaad, maar kan wat pijn richting de schouders geven. Dit neemt, meestal binnen een dag, vanzelf af.

De duur van de totale opname is afhankelijk van het type operatie en van de diagnose die bij je is gesteld. Het herstel na een laparoscopische operatie is ongeveer 2-4 dagen. Het herstel na een gewone buikoperatie ligt tussen de 5-10 dagen.

Complicaties

Na de operatie kan een Addisonse-crisis (tekort aan het hormoon cortisol) optreden: bij verwijdering van beide bijnieren of wanneer de functie van de overgebleven bijnier onderdrukt is. Daarnaast kunnen zich andere complicaties voordoen, die gerelateerd zijn aan de bij je
gestelde diagnose. De arts zal deze met je bespreken. Algemene complicaties die kunnen optreden tijdens en/of na de operatie: beschadiging van andere organen, nabloeding of wondinfectie. Misselijkheid na de narcose kan eventueel met medicatie verholpen worden.

DP-logo_ICOON

Deze informatie wordt je aangeboden door dr. Els Van Dessel en de praktijk.